Gedicht van de week: Ziel verdwenen (Marcel van Kersbergen)
Marcel van Kersbergen, ook bekend onder zijn dichtersnaam Antonius de Knegt, stadsdichter van 2011 tot 2013. Het gedicht van de week sluit aan bij een verhaal over verweving van het alledaagse leven van zijn grootvader met de grote gebeurtenissen van de twintigste eeuw.
Ziel verdwenen
Mijn grootvader sprak, weggedoken in een lichaam
krakend van ouderdom, helder van stem en geest,
van stemmen en geesten die in zijn leven waren geweest.
Hij was uit 1903.
Hij sprak van vlees voor de hond dat
ze thuis zelf aten, van water dat men dronk
zwarter dan de nacht, van de nacht verlicht
door kaarsen en gebeden, van de kaarsenfabriek
waar hij werkte van halfzes tot acht, van acht man
sterk in baaien hemden die lading losten aan
de kade, van schoon gestevende hemden die hij
droeg bij het stijfselen op de Kleiweg, van de liefde
die hij strikte op de Kleiweg, vijftien jaar oud.
En hij lachte .
Hij sprak van oma en kinderen, van Gouda naar
Den Haag, van agent zijn in Den Haag, van de agent
die knokte met de communisten, van de armen die
knokten om aalmoezen in het spoor van de Gouden
koets, van Juliana die zwaaide uit de Gouden Koets
naar onderdanen, van een straalbezopen Fien de la
Mar, van orgies in ‘de Witte’ , van de Wereldoorlog
waar nooit iemand over sprak, van verraden dode
maten, van weggevoerde joden, van een ongeschreven
heldendaad, van sprakeloos makend kwaad.
En hij huilde.
Hij sprak van lesgeven op de politieschool, van
zijn zoon soldaat in Indië, van de armoede die
verdween, van paarden in de paleisstallen, van veertig
sigaretten per dag, van denkend dood te gaan en weer
verder leven, van lege kerken die verdwenen, van
ouder worden, van uitval en verlies, van verwondering
over verandering van God die voor hem bleef bestaan
en dat alles goed zou komen omdat God bestond.
En hij zweeg.
Ik heb mijn grootvader bewaard
op tape later op cd.
Ik kende zijn naam en zijn klank.
Ik kende zijn stem en zijn geur.
Ik kende zijn gebaren en gewoonten.
Ik kende dát wat hem liet zijn wie hij was.
Mijn kind kent hem al niet meer.
Mijn kleinkind zal een vreemde stem
verdwenen verhalen horen vertellen.
Bewaren. Het bestaan langer laten bestaan
dan het bestond: een stem op cd, een man in
uniform op een foto, een filmpje van een grijsaard
in een stoel. Wie weet? Binnenkort bewaren we
geur, zweet, vlees en bloed.
En toch is dát verdwenen waar het bij hem
om ging, waar het om gaat, waar alles
bij hem om draaide, waar alles om draait.
De ziel die is verdwenen.