Skip to main content

Gedicht van de week: Ziel verdwenen (Marcel van Kersbergen)

28 januari 2026
Geschreven door Theo van Rhijn

Marcel van Kersbergen, ook bekend onder zijn dichtersnaam Antonius de Knegt, stadsdichter van 2011 tot 2013. Het gedicht van de week sluit aan bij een verhaal over verweving van het alledaagse leven van zijn grootvader met de grote gebeurtenissen van de twintigste eeuw.

Ziel verdwenen

Mijn grootvader sprak, weggedoken in een lichaam

krakend van ouderdom, helder van stem en geest,

van stemmen en geesten die in zijn leven waren geweest.

Hij was uit 1903.

Hij sprak van vlees voor de hond dat

ze thuis zelf aten, van water dat men dronk

zwarter dan de nacht, van de nacht verlicht

door kaarsen en gebeden, van de kaarsenfabriek

waar hij werkte van halfzes tot acht, van acht man

sterk in baaien hemden die lading losten aan

de kade, van schoon gestevende hemden die hij

droeg bij het stijfselen op de Kleiweg, van de liefde

die hij strikte op de Kleiweg, vijftien jaar oud.

En hij lachte .

Hij sprak van oma en kinderen, van Gouda naar

Den Haag, van agent zijn in Den Haag, van de agent

die knokte met de communisten, van de armen die

knokten om aalmoezen in het spoor van de Gouden

koets, van Juliana die zwaaide uit de Gouden Koets

naar onderdanen, van een straalbezopen Fien de la

Mar, van orgies in ‘de Witte’ , van de Wereldoorlog

waar nooit iemand over sprak, van verraden dode

maten, van weggevoerde joden, van een ongeschreven

heldendaad, van sprakeloos makend kwaad.

En hij huilde.

Hij sprak van lesgeven op de politieschool, van

zijn zoon soldaat in Indië, van de armoede die

verdween, van paarden in de paleisstallen, van veertig

sigaretten per dag, van denkend dood te gaan en weer

verder leven, van lege kerken die verdwenen, van

ouder worden, van uitval en verlies, van verwondering

over verandering van God die voor hem bleef bestaan

en dat alles goed zou komen omdat God bestond.

En hij zweeg.

Ik heb mijn grootvader bewaard

op tape later op cd.

Ik kende zijn naam en zijn klank.

Ik kende zijn stem en zijn geur.

Ik kende zijn gebaren en gewoonten.

Ik kende dát wat hem liet zijn wie hij was.

Mijn kind kent hem al niet meer.

Mijn kleinkind zal een vreemde stem

verdwenen verhalen horen vertellen.

Bewaren. Het bestaan langer laten bestaan

dan het bestond: een stem op cd, een man in

uniform op een foto, een filmpje van een grijsaard

in een stoel. Wie weet? Binnenkort bewaren we

geur, zweet, vlees en bloed.

En toch is dát verdwenen waar het bij hem

om ging, waar het om gaat, waar alles

bij hem om draaide, waar alles om draait.

De ziel die is verdwenen.