Terug naar hoofdinhoud

Gedicht van de week: Het Luidste Geluid Ooit (Sem van Galen)

Sem bij de Kunstbende
15 juli 2026
Geschreven door Theo van Rhijn

Lelystad is een stad waar poëzie niet alleen leeft, maar ook wordt geschreven. Vanuit die traditie brengt Radio Lelystad wekelijks het Gedicht van de Week: een moment waarop woorden even de ruimte krijgen om te ademen. Het gedicht klinkt bovendien in het poëzieprogramma De Dinsdagavondsalon, waar taal en verbeelding elkaar ontmoeten. Deze week: Sem van Galen.

“Mijn naam is Sem, ik ben een jonge dichter uit Almere en ik heb een paar weken terug de eerste prijs gewonnen in categorie taal bij de landelijke Kunstbendefinale. Ik schrijf vaak kortere gedichten en combineer die vaak in bundels als conceptueel werk of als doorlopend verhaal. Daarnaast doe ik ook songwriting.

Dit is een kleine bundel van 6 korte verhalen over de atoombom en 6 verschillende reacties daarop. Het volgt onder andere een president, een moeder op zoek naar haar dochter in de anarchie op het plein na de aankondiging van het inzetten van de atoombom en een gek die vast zit opgesloten in zijn appartement."


Het Luidste Geluid Ooit

(Een eschatologische beschouwing van een Nederlands plein)


0 - Intro

Hoe zat het nou ook alweer?


Een donkere straat om 85 seconden voor 12 op donderdag 6 augustus, 2026

Volgens mij in Amsterdam, maar het kon ook Utrecht, Haarlem of Den Haag zijn


‘Tis best warm buiten, maar niemand zit hier nu te genieten van het weer

Op de TV in een bar waar er momenteel ongeveer 20 man halsoverkop uit aan het vluchten is spreekt er een man

Een wereldleider, die spreekt van een einde

Een luidste geluid ooit


1 - Het Luidste Geluid Ooit

Een wereldleider

Iemand die struikelt, maar nooit valt

Iemand die bralt en nooit houdt


Een wereldleider

Iemand die vecht maar nooit weert

Iemand die knopt maar nooit voelt


Een wereldleider

Een nozele die de zeepresten net als zijn verleden zo van zijn huid af spoelt

Iemand die van meet af aan het slotakkoord al meende te kennen


X. Een Wereldleider


2 - Er Waren Geen Tekens

“Nog een” zeg ik de barman, zo vanuit het glas in mijn keel

Maar als de Toekomst komt aanlopen pis ik haast in mijn broek, of misschien was het de drank

Hij zegt dat het einde bijna zover is, hij zegt dat hij er al van wist


“Nog een” zeg ik de barman, zo getapt en zo doorgeslikt

Hij praat maar door en ik rol mijn ogen, ik wankel naar hem toe of misschien was het de drank

Ik noem hem een teringlijer en spuug in zijn gezicht, hij zegt dat hij er al van wist


“Nog een” zeg ik de barman, zo ingeschonken en zo ingeslikt

Hij pakt me bij de kraag en strompelend slaan we tegen een tafel aan en ik weet het niet meer maar misschien was het toch de drank (pak niet kraag)

Ik met een scherf in mijn hand, hij ziet het niet


“Nog een” zeg ik de barman, zo geschonken en zo ingenomen

Mijn gezicht wordt heter en ik zweer dat het niet de drank was maar met die scherf kom ik wel heel dichtbij en het was misschien niet mijn bedoeling maar nu bloeden zijn ogen en ik schrik me rot maar ik doe alsof en ik ren net zoals al die anderen zo uit de bar de straat op want die man op de tv blijft maar praten en-

Daar ligt hij dan, hij zegt dat hij er al van wist


3 - Waar Ben Je ?

Het lijkt haast echte sneeuw

Het led reflecteert op de dwarrelende vlokken

Met een puls van een stad zo heet


Mijn benen zijn moe en mijn voeten bezwijken haast onder de blaren

Maar dat maakt nu niet uit


Elke stap voelt als een marathon als ik denk aan waar je ook moet zijn

Ik hoor een piep


Een zware decadentie die valt op de atmosfeer en kaatst als een regendruppel op mijn jas

Het stuitert voor altijd op en neer en komt altijd terug als een grote fout die zich telkens weer in je achterhoofd afspeelt, waar je bent

Waar?


Het is bijna zo ver en ik kan maar zo ver rennen, dus laat ik het maar


4 - Stickers / Labels, Donkere Plek

Ik word betaald om te labelen

Dag in dag uit denk ik na over namen van voorsteden en voornaamwoorden

Hoofdsteden en voornamen


Ik plak al mijn stickers op de voorhoofden van de mens en dit is jij en jij ben ik

En elke keer dat er een rage een sticker is op een ander voorhoofd ben ik de eerste die het likt

Het klikt op de sociale ladder van je sticker

Plak plak

Plak plak

Plak plak

PLAK!!!


Dit ben jij en dit is ik

Enzovoort enzovoort en dan stop ik maar

Ik word betaald om te babbelen


5 - Iedereen Kon Dit Aan Zien Komen

Word wakker, zweet en angst

Je hangt aan de kapstok van de wereld in het hoekje van de bar

5 stappen vooruit, nee; toch weer terug

Wat een afgang zeg

“Nog een!” hoor ik naast me

Een paranoia waar je u tegen zegt, je schreeuwt: “iedereen kon dit aan zien komen,” en iedereen is stil


Word wakker, dood en verderf

Kom toch maar binnen, je hebt niks te vermijden en hij blijft maar lullen

“Hoe in godsnaam kan je deze bullshit nog uitkramen, je mag dat egootje van je nu wel echt loslaten lul, we gaan straks toch sowieso dood dus hou nou eens je BEK dicht!”

Het zal niet de bom zijn, klap hem op z’n kaak, geef ‘m er nog een, dat zal ‘m eens leren


Word wakker, woede en macht

De dag waar je zo bang voor was is nu toch gekomen, maar je hoofd blijft hangen in een trance van gisteravond

Het zal niet de bom zijn, geen licht, geen straal, maar altijd een man met een glas in zijn hand


6 - In De Verte

Een bal van vuur daalt neer op de horizon, slokt mij op en spuugt mij uit over het beton van de fundering van de mens

Ik blijf in mijn toren, die bal toch nog zo ver

Het vuurwerk van de stad echoot door het landschap heen, straten ver van de waterspuwende draken van de kliffen aan de kust

In de verte zie ik het allemaal vergaan, een schande voor de politiek en een moord op de mensheid

Duh!


Maar dat zal allemaal weer komen en gaan

En ooit zal er weer een gevecht zijn in een bar

En ooit zal er nog een moeder zijn, die haar kind op het slechtste moment ooit kwijtraakt


De ruis houdt nu op

Want de stilte na de dood

Is het luidste geluid ooit