Gedicht van de week: Het Luidste Geluid Ooit (Sem van Galen)
Lelystad is een stad waar poëzie niet alleen leeft, maar ook wordt geschreven. Vanuit die traditie brengt Radio Lelystad wekelijks het Gedicht van de Week: een moment waarop woorden even de ruimte krijgen om te ademen. Het gedicht klinkt bovendien in het poëzieprogramma De Dinsdagavondsalon, waar taal en verbeelding elkaar ontmoeten. Deze week: Sem van Galen.
“Mijn naam is Sem, ik ben een jonge dichter uit Almere en ik heb een paar weken terug de eerste prijs gewonnen in categorie taal bij de landelijke Kunstbendefinale. Ik schrijf vaak kortere gedichten en combineer die vaak in bundels als conceptueel werk of als doorlopend verhaal. Daarnaast doe ik ook songwriting.
Dit is een kleine bundel van 6 korte verhalen over de atoombom en 6 verschillende reacties daarop. Het volgt onder andere een president, een moeder op zoek naar haar dochter in de anarchie op het plein na de aankondiging van het inzetten van de atoombom en een gek die vast zit opgesloten in zijn appartement."
Het Luidste Geluid Ooit
(Een eschatologische beschouwing van een Nederlands plein)
0 - Intro
Hoe zat het nou ook alweer?
Een donkere straat om 85 seconden voor 12 op donderdag 6 augustus, 2026
Volgens mij in Amsterdam, maar het kon ook Utrecht, Haarlem of Den Haag zijn
‘Tis best warm buiten, maar niemand zit hier nu te genieten van het weer
Op de TV in een bar waar er momenteel ongeveer 20 man halsoverkop uit aan het vluchten is spreekt er een man
Een wereldleider, die spreekt van een einde
Een luidste geluid ooit
1 - Het Luidste Geluid Ooit
Een wereldleider
Iemand die struikelt, maar nooit valt
Iemand die bralt en nooit houdt
Een wereldleider
Iemand die vecht maar nooit weert
Iemand die knopt maar nooit voelt
Een wereldleider
Een nozele die de zeepresten net als zijn verleden zo van zijn huid af spoelt
Iemand die van meet af aan het slotakkoord al meende te kennen
X. Een Wereldleider
2 - Er Waren Geen Tekens
“Nog een” zeg ik de barman, zo vanuit het glas in mijn keel
Maar als de Toekomst komt aanlopen pis ik haast in mijn broek, of misschien was het de drank
Hij zegt dat het einde bijna zover is, hij zegt dat hij er al van wist
“Nog een” zeg ik de barman, zo getapt en zo doorgeslikt
Hij praat maar door en ik rol mijn ogen, ik wankel naar hem toe of misschien was het de drank
Ik noem hem een teringlijer en spuug in zijn gezicht, hij zegt dat hij er al van wist
“Nog een” zeg ik de barman, zo ingeschonken en zo ingeslikt
Hij pakt me bij de kraag en strompelend slaan we tegen een tafel aan en ik weet het niet meer maar misschien was het toch de drank (pak niet kraag)
Ik met een scherf in mijn hand, hij ziet het niet
“Nog een” zeg ik de barman, zo geschonken en zo ingenomen
Mijn gezicht wordt heter en ik zweer dat het niet de drank was maar met die scherf kom ik wel heel dichtbij en het was misschien niet mijn bedoeling maar nu bloeden zijn ogen en ik schrik me rot maar ik doe alsof en ik ren net zoals al die anderen zo uit de bar de straat op want die man op de tv blijft maar praten en-
Daar ligt hij dan, hij zegt dat hij er al van wist
3 - Waar Ben Je ?
Het lijkt haast echte sneeuw
Het led reflecteert op de dwarrelende vlokken
Met een puls van een stad zo heet
Mijn benen zijn moe en mijn voeten bezwijken haast onder de blaren
Maar dat maakt nu niet uit
Elke stap voelt als een marathon als ik denk aan waar je ook moet zijn
Ik hoor een piep
Een zware decadentie die valt op de atmosfeer en kaatst als een regendruppel op mijn jas
Het stuitert voor altijd op en neer en komt altijd terug als een grote fout die zich telkens weer in je achterhoofd afspeelt, waar je bent
Waar?
Het is bijna zo ver en ik kan maar zo ver rennen, dus laat ik het maar
4 - Stickers / Labels, Donkere Plek
Ik word betaald om te labelen
Dag in dag uit denk ik na over namen van voorsteden en voornaamwoorden
Hoofdsteden en voornamen
Ik plak al mijn stickers op de voorhoofden van de mens en dit is jij en jij ben ik
En elke keer dat er een rage een sticker is op een ander voorhoofd ben ik de eerste die het likt
Het klikt op de sociale ladder van je sticker
Plak plak
Plak plak
Plak plak
PLAK!!!
Dit ben jij en dit is ik
Enzovoort enzovoort en dan stop ik maar
Ik word betaald om te babbelen
5 - Iedereen Kon Dit Aan Zien Komen
Word wakker, zweet en angst
Je hangt aan de kapstok van de wereld in het hoekje van de bar
5 stappen vooruit, nee; toch weer terug
Wat een afgang zeg
“Nog een!” hoor ik naast me
Een paranoia waar je u tegen zegt, je schreeuwt: “iedereen kon dit aan zien komen,” en iedereen is stil
Word wakker, dood en verderf
Kom toch maar binnen, je hebt niks te vermijden en hij blijft maar lullen
“Hoe in godsnaam kan je deze bullshit nog uitkramen, je mag dat egootje van je nu wel echt loslaten lul, we gaan straks toch sowieso dood dus hou nou eens je BEK dicht!”
Het zal niet de bom zijn, klap hem op z’n kaak, geef ‘m er nog een, dat zal ‘m eens leren
Word wakker, woede en macht
De dag waar je zo bang voor was is nu toch gekomen, maar je hoofd blijft hangen in een trance van gisteravond
Het zal niet de bom zijn, geen licht, geen straal, maar altijd een man met een glas in zijn hand
6 - In De Verte
Een bal van vuur daalt neer op de horizon, slokt mij op en spuugt mij uit over het beton van de fundering van de mens
Ik blijf in mijn toren, die bal toch nog zo ver
Het vuurwerk van de stad echoot door het landschap heen, straten ver van de waterspuwende draken van de kliffen aan de kust
In de verte zie ik het allemaal vergaan, een schande voor de politiek en een moord op de mensheid
Duh!
Maar dat zal allemaal weer komen en gaan
En ooit zal er weer een gevecht zijn in een bar
En ooit zal er nog een moeder zijn, die haar kind op het slechtste moment ooit kwijtraakt
De ruis houdt nu op
Want de stilte na de dood
Is het luidste geluid ooit
