Skip to main content

Gedicht van de week: Vaste grond (Jan Huisman)

11 februari 2026
Geschreven door Theo van Rhijn

Radio Lelystad plaatst wekelijks een ‘Gedicht van de Week’ van een Lelystedeling of iemand uit de omgeving. Er loopt namelijk veel dichttalent rond in en rond Lelystad, en dat verdient een podium, ook op onze site. Bovendien is dichten leuk, inspireren de gedichten andere mensen wellicht ook tot dichten en bieden gedichten vaak een andere kijk op de werkelijkheid, bijvoorbeeld een actueel onderwerp. Deze week Jan Huisman, ooit gewaardeerd lid van de Dijkdichters. De laatste jaren is Jan druk met zijn muziekcarrière als zanger.

 

Vaste Grond

Het was één van die dagen, nippend aan mijn koffie

op mijn vaste stek in de stad dat ik voor het eerst iets

onverwacht ging ervaren, ik keek op en kruiste met een blik

die in een plotseling opkomende rode blos, intens naar mij staarde.

dat was nieuw voor mij, het vlijde mij een beetje, ze had een onbevangenheid die ik nog niet eerde gezien had, ik stuurde haar mijn glimlach, die zij met een lach en een sprankeling in haar ogen beantwoordde, voor mij toch wel een verassend iets

ik vroeg haar of zij zich bij mij wilde voegen, de blos werd dieper

maar uiteindelijk besloot zij dat dat een toch wel goede vraag was

ik genoot van haar enthousiasme en hoe zij in het leven stond, uiteindelijk

werd het tijd met de dingen des levens verder te gaan

op weg naar huis bleef de herinnering van de ontmoeting even nog

in mijn gedachten hangen, eenmaal thuis viel de realiteit van het leven

weer binnen en nam het ook weer zijn gewone ritme aan, maar het meisje

met die rode blos dacht daar anders over

meer en meer kwam ik haar tegen en meer en meer begon ik naar die

ontmoetingen uit te zien, het was eén van die avonden buiten, zittend in het weinige zonlicht dat mij nog koesterde dat zich een gedachte vormde, een gedachte die nog nooit eerder vaste grond bij mij had gekregen

bij onze volgende ontmoeting sprak ik die gedachte uit en stelde haar een vraag

het bleek dat die gedachte bij haar al heel lang speelde, maar zij wilde liever wachten tot die gedachte zich ook bij mij gevormd had, wat volgens haar, kijkend in die mooie sprankelende ogen, nu gebeurd was, iets dat haar zo enorm blij maakte dat wij besloten daar iets aan te doen.

             

soms gebeurt het dat uit zoiets zo intens begonnen, een mineur geboren wordt een mineur dat dan ook weer een intens einde wordt, maar als ik nu dus naar haar naast mij kijk, in het verdwijnend zonlicht dat ons beiden nog steeds koestert, bevestigt haar glimlach mij dat die mineur ons nog steeds niet heeft beroert