Skip to main content

Visie beschrijft waar gebouwen de hoogte in kunnen in en rond het Stadshart

De locaties waar hoogbouw kan plaatsvinden.
16 januari 2026
Geschreven door Kees Bakker

De gemeente heeft een hoogbouwvisie ontwikkeld voor het Stadshart. Die plek, en de ruimte rond het station, is bij uitstek geschikt om meer de hoogte in te gaan dan Lelystad van oudsher gewend is. De visie is naar de gemeenteraad toegestuurd, maar die wilde zich er dinsdag nog niet over buigen.

Strategische inzet

De visie beschrijft waar hoogbouw aan moet voldoen en waar die kan worden toegepast. “Strategisch ingezet draagt hoogbouw bij aan een herkenbaar stedelijk silhouet, duidelijke oriëntatiepunten en een grotere diversiteit aan stede­lijke milieus. Mits zorgvuldig toegepast kan hoogbouw een passend antwoord bieden op actuele stedelijke opgaven. Lelystad heeft daarbij gekoppelde opgaves: betaalbaarheid, duurzaamheid, architectonische kwaliteit, klimaatneutraliteit, goede woonkwaliteit en een levendige plint met ste­delijke functies vormen randvoorwaarden voor elk hoogbouwproject. Deze hoogbouwvisie maakt inzichtelijk waar hoogbouw passend is, onder welke voorwaarden zij kan worden gerealiseerd en hoe de kwaliteit wordt geborgd.”

In het Stadshart kan daarbij echt de hoogte worden gezocht, met gebouwen van 50 tot maximaal 70 meter hoog. Ter vergelijk: de Zuil van Lely is 30 meter hoog. De woontoren die naast de rechtbank wordt gebouwd, wordt ook 70 meter hoog. Ook de woontoren die gepland is op de plek van het oude postkantoor, gaat de hoogte in en telt straks 14 verdiepingen. Door zo in het Stadshart en rond het station de hoogte in de gaan, en daarbuiten aan de randen en op de toekomstige zorgcampus te kiezen voor maximale bouwhoogtes van 24 meter (8 bouwlagen), waarbij de bovenste twee ‘inspringen’ in het gebouw, moet het Stadshart en het stationsgebied duidelijke contouren en zichtlijnen vanuit de hele stad krijgen.

Ontmoeting

De plint van zulke gebouwen, de onderste lagen, moeten bestemd zijn voor zaken als parkeren, bergingen, installaties en afvalopslag, terwijl in aan de voorkant van het gebouw ruimte moet zijn voor ‘actieve functies aan de gevel’ (voordeuren, voorzieningen, werkruimten, lobby, horeca). “Ontmoeting speelt een belangrijke rol in hoogbouw en vindt plaats in zowel de plint als op hoogte in het gebouw. Gemeenschappelijke ruimtes zoals entrees, hallen, gangen en gedeelde terrassen stimuleren dagelijks contact tussen bewoners en gebruikers. Ook op hoger gelegen niveaus ontstaan waardevolle ontmoetingsplekken, bijvoorbeeld in een collectieve daktuin, een gezamenlijke huiskamer of een lobby met uitzicht. Deze plekken nodigen uit tot verblijf, informele gesprekken en het opbouwen van sociale relaties. Door ontmoetingsruimten strategisch te positioneren wordt de sociale samenhang binnen de hoogbouw versterkt en krijgt het gebouw een levendig en verbonden karak­ter.”

Tal van voordelen

Zo levert hoogbouw volgens de gemeente tal van voordelen op: woonruimte, meer mensen die in het Stadshart wonnen en dus ook gebruikmaken van de voorzieningen daar, een levendige plint op straatniveau, in gebouwen die over het algemeen een lange levensduur hebben. Daarbij moet ook gelet worden op de architectonische uitstraling van het gebouw. De gemeente wil een speciale ‘hoogbouwsupervisor’ aanstellen die toezicht houdt op de hoogbouwinitiatieven en of die voldoen aan het vastgestelde beleid.

De visie stond op de raadsagenda dinsdag, maar omdat die pas die dag was toegevoegd, wilde de gemeenteraad het er toen nog niet over hebben.