Geschorste directeur jeugdzorg krijgt bijval medewerkers: 'Ze nam het altijd voor ons op'
Tanja Boeije, de op non-actief gezette directeur van Jeugd Lelystad (JEL), krijgt in de Stentor steun van drie medewerkers. Boeije zou medewerkers hebben geïntimideerd, maar deze drie hebben zich ziek gemeld omdat ze zich juist nu niet meer veilig voelen, zeggen ze. “Als er iemand was die in de afgelopen jaren achter ons stond, dan was het Tanja,” aldus een van hen.
"Wij lagen als JEL al sinds de start onder vuur, door de zorgorganisaties, ouders, de gemeente. Tanja nam het altijd voor ons op. Dat er nu zo’n beeld geschetst wordt, raakt me en maakt me ontzettend kwaad. Want het is gewoon niet waar.”
Boeije zelf ontkent ook dat ze het kantoor hebben gestript en de toegang voor interim-directeur Ellen Wichard hebben bemoeilijkt, zoals de gemeente vorige week zei. We hebben tot het einde van dinsdagmiddag zitten wachten op de interimmer. Er is niemand gekomen. Toen heb ik de sleutels van het kantoor in een envelop gedaan, met de naam van de invaller erop.”
Botte boer
De schorsing van Boeije was het gevolg van een door de gemeente ingesteld integriteitsonderzoek naar haar. Bij Omroep Flevoland klaagden acht medewerkers over machtsmisbruik. Destijds wilde ze bij de omroep niet reageren. Over meldingen bij de gemeente zegt ze nu : “Ik weet inmiddels dat het van dertien personen is. De meest zotte beschuldigingen, met voorvallen die volledig uit hun verband zijn gerukt." En verder: "Ja ik heb een stevige persoonlijkheid en ik ben niet op mijn mond gevallen. Je kan me soms een botte boer vinden, want ik zeg waar het op staat.”
De organisatie, belast met het verwijzen naar jeugdhulp, lag eerder onder vuur omdat ze te streng zou zijn en mensen ten onrechte hulp zou ontzeggen. Daarover zegt een van de medewerkers in de Stentor: “Wij stellen vragen bij de zorg die wordt verleend. Als ik zie dat een kind al drie jaar een gezinsbehandeling krijgt, is het dan verkeerd om te vragen: wat gebeurt hier? Welke doelen zijn er gehaald? Wij zijn er om te kijken of het daadwerkelijk nodig is wat iemand krijgt.”