Skip to main content

Gemeentesecretaris: 'Stadhuis is niet toegerust voor opgaven waar we voor staan'

20 februari 2026
Geschreven door Theo van Rhijn

Gemeentesecretaris Carla Swart trof een paar maanden geleden bij haar aantreden een organisatie aan waarbij veel mensen van goede wil zijn, maar die ernstige tekortkomingen heeft. Dat schrijft ze in een evaluatie, die in handen is van Radio Lelystad. En inderdaad is een probleem dat de aangestelde vakwethouders zelf vanuit hun deskundigheid directeuren van diensten passeren, zoals oud-bestuurder Bas Jan van Bochove eerder ook al eerder aangaf in een analyse bij Radio Lelystad. Maar er is wel veel meer aan de hand, blijkt uit het stuk van Swart. De kritiek van de opgestapte wethouders Grimbergen en Messelink-Dijkstra over het niveau is er deels in terug te vinden, maar de kritiek op hun bestuursstijl evenzeer.

"Er is in de afgelopen jaren veel verloop geweest, de hele organisatie heeft een periode van wisselingen en onzekerheid achter de rug. Dat laat sporen na in teams, in processen en in het vertrouwen. Het ontbreken van continuïteit bij de invulling van de functiegemeentesecretaris/algemeen directeur is veel genoemd. Ook de directie heeft wisselingen gekend. Dit heeft onrust tot gevolg gegeven; er is letterlijk opgemerkt dat er een gemis is aan een leider." Daarnaast zijn er wat technische tekortkomingen.

Maar erger is de conclusie over het niveau. "De opgaven waar Lelystad voor staat vraagt de nodige strategische denkkracht. Met de huidige formatie kan daar nog niet voldoende het hoofd aan worden geboden. Het adviseren op strategisch niveau met betrekking tot de hoofdopgaven dient beter en meer zichtbaar ingebed te worden. In verschillende onderdelen herken ik patronen die passen bij een organisatie die langere tijd onvoldoende richting en ondersteuning heeft gekregen."

Intimiderend

Maar ook: "Medewerkers voelen zich niet altijd gezien of gesteund. Te vaak wordt een bestuursstijl als intimiderend ervaren, wat leidt tot terughoudendheid en negativiteit. Integriteit staat op papier, maar wordt onvoldoende gevoeld in de cultuur. Omgangsvormen spelen nadrukkelijk een rol, wat vraagt om transparantie en consequente communicatie. Successen worden weinig gevierd; fouten worden afgerekend in plaats van benut als leermoment. Veel mensen werken vanuit overleven in plaats van ontwikkelen. Deze patronen zijn niet het gevolg van onwil, maar van jarenlange instabiliteit en onvoldoende richting en te vaak een gebrek aan bestuurlijke hygiëne."

En dan het beleid. "Wat opvalt is dat er niet een echt geformuleerde en vastgestelde vergezicht van Lelystad over 30 tot 50 jaar bestaat. Weliswaar zijn er een omgevingsvisie, een MAG, diverse stedelijke ideeën en Het verhaal van Lelystad. Echter een weldoordacht toekomstbeeld over de stad die wij willen zijn is niet aanwezig. De hypotheek van Lelystad 1.0 is nu afgelost. Nu een focus creëren op Lelystad 2055-2075 geeft zowel bestuur als ambtelijke organisatie richting."

College ambitieus

"Het college heb ik leren kennen als ambitieus. Het raadsakkoord lijkt bestuurlijk een bepaalde rust te bieden, hetgeen gezien de historie zoals ik die getekend heb, al waardevol is. Bijzonder is de nadruk op het vakwethouderschap. Dit laat zich wellicht verklaren als gevolg van de gekozen wethouder, waarbij de raad heeft gekozen voor wethouders die affiniteit of zelfskennis en ervaring hebben met bepaalde portefeuilles, maar hier zit gelijk ook een valkuil. Wanneer vakkennis de rol van bestuurder en het bestuurlijk handelen sterker maakt is datwaardevol. Maar wanneer het de rol van bestuurder verzwakt en diffuus maakt, doordat de bestuurder in feite als de ambtelijke uitvoerder optreedt, is dat zonder waarde. Ik zie tot mijn grote zorg dat het “vakwethouderschap” in Lelystad voor enkele wethouders een vrijbrief is geworden om op de stoel van een ambtenaar, teamleider, directeur of algemeen directeur te gaan zitten."

Net als de twee wethouders verwijst Swart naar een eerder onderzoek, van bureau Rijnconsult. Daar is nooit wat mee gedaan, schrijft ze, maar ze eindigt positief.

"Spreken over mensen in plaats van met mensen lijkt voor een aantal bestuurders gemeengoed. Dat de uitkomsten van het Rijnconsult rapport ook van het bestuur stappen vraagt, lijkt niet gehoord te zijn zo werd mij duidelijk. Die stappen durf ik te nemen omdat ik ten diepste een organisatie heb aangetroffen met intrinsiek betrokken medewerkers met een nadrukkelijke wens tot verbetering. Maar ook een wens tot een genormaliseerde en open verhouding tussen college en organisatie. Dat gegeven maakt dat ik met veel energie en vertrouwen de stap kan zetten naar de toekomst."