Geen gedicht van de week , maar proza: 'Oh Maria!' (Marcel Beijer)
Radio Lelystad plaatst wekelijks een ‘Gedicht van de Week’ van een Lelystedeling of iemand uit de omgeving. Er loopt namelijk veel dichttalent rond in en rond Lelystad, en dat verdient een podium, ook op onze site. Bovendien is dichten leuk, inspireren de gedichten andere mensen wellicht ook tot dichten en bieden gedichten vaak een andere kijk op de werkelijkheid, bijvoorbeeld een actueel onderwerp. Deze week een bijzondere alflevering: geen gedicht, maar proza van schrijver, journalist, columnist en verhalenverteller Marcel Beijer uit Almere. Hij schrijft psychologische romans die zijn geïnspireerd op waargebeurde gebeurtenissen.
Zijn bijdrage is een fragment uit zijn boek 'Oh, Maria! Het boek gaat over het verlies van onschuld. Een 10-jarige meisje (Maria) wordt een prooi van een op geldbeluste fotograaf. Hij maakt erotische foto’s van kinderen. Zijn studiohulp Andrej zit op zwart zaad en klust bij. Hij ziet op een dag tot zijn ontzetting dat de dochter van een bevriend echtpaar de studio binnenkomt. Een dochter waar ook hij een zwak voor heeft.
Uit hoofdstuk 2. Maria is dan vier jaar lang model geweest voor een fotograaf die erotische foto's met kinderen maakt. Ze groeit uit tot het beroemdste meisje op darknet. Omdat haar foto's plotsteling viral gaan, heeft ze een zelfmoordpoging gedaan. De gelovige huisvriend Andrej werkte tegen wil en dank aan de fotosessies mee. Hij zoekt haar op in het ziekenhuis en worstelt met zijn gevoelens en zorg.
Het fragment:
Andrej schoof een stoel naast Maria’s bed en bekeek schroomachtig haar gezicht. Met haar ogen devoot gesloten leek ze ontspannen, onschuldig. Haar dunne armen sereen boven de dekens, gevouwen op haar buik. Hij kon haar dromen. De volle lippen van haar hartvormige mond, iets omhoog krullend bij de mondhoeken, waardoor het leek of ze altijd minzaam lachte. Stanislav had die omfloerste zinnelijkheid direct herkend, al was het kind op dat moment verdomme amper tien jaar. ‘Onschuldig en mysterieus, zoals de maagd Maria,’ had hij gezegd. ‘En tegelijkertijd verraderlijk uitdagend als een vamp.’
Andrej besefte dat de fotograaf het - in al zijn perversiteit - goed gezien had en het meisje vervolgens jarenlang had uitgevent als een marktkoopman. Hij had haar sluimerende verleidelijkheid uitvergroot en geërotiseerd en daarmee het kind van haar jeugd beroofd.
Een infuus pompte vocht in de rug van haar slanke hand. Naast het bed stond een metalen nachtkastje, waar een vergeelde doktersroman op lag met een foto die uit de jaren ’60 leek te komen. Daaronder een dagboek waarvan de clip van een ballpoint tussen de bladeren stak. Nooit eerder had Andrej goddeloze gedachten bij de dochter van zijn vrienden, Onbewust was hij toch in die val getrapt. Haar zwijgend geadoreerd als ze naast hem aan de eettafel zat en, met haar tong uit haar mond, gebogen over haar schriftje met huiswerk.
Ze ademde zacht en regelmatig, de mond licht geopend. Hoe graag zou hij de kleine draadjes speeksel ertussen weg willen kussen. Hij bestrafte zichzelf bij de gedachte die tot zijn opluchting werden verdrongen door voetstappen die vanuit de ziekenhuisgang dichterbij kwamen en vervolgens weer wegstierven.
Hij zou kunnen opstaan, vertrekken. Het moment was echter te bijzonder, te zeldzaam om bij haar weg te gaan. Hoe vaak had hij Maria zo ongestoord kunnen bekijken? Zo lag er zo stil, zo kalm. Niet boos, verongelijkt of opstandig, eerder vredig. Sereen als Maria, de moeder Gods die hij adoreerde.
Deze Maria in het ziekenhuisbed zetelde niet in de hemel. Die leefde in de hel, besefte hij. En alles in het troosteloze decor van het Novosibirsk Global Medisch Centrum onderstreepte dat. Het versleten kleurloze zeil, de rafels aan de onderkant van de gordijnen voor het raam die geopend noch gesloten waren en het harde, witte zonlicht binnenlieten. Het trok een artistieke streep die vanaf het plafond, over de muur als een troostrijke, goddelijke streling over haar gezicht viel en doodliep op het nachtkastje naast het bed.
Hij fluisterde nogmaals haar naam. Het was fijn om die hardop uit te kunnen spreken. Het meisje reageerde niet. Boven haar in verband gewikkelde polsen waren de krassen in de onderarm duidelijk zichtbaar. Bij het hoofdeinde hing een plastic frame waar een kartonnen kaartje in geschoven was: Maria Sobko, 14 jaar.